RIJSOORD / Rezoord
Een durrepie an de Waol

Hieronder een publicatie uit 1940 van een in Rezoord geboren schrijver P. de Zeeuw J.Gzn, 1890 - † 1968. uit het vroegere weekblad Timotheus.

Rijsoord.

De wervelstorm, die enkele dagen over Nederland woedde en die ons mooie land met vernieling en ondergang bedreigde, heeft zich plotseling neergelegd. Die  Storm werd gestild in de Christelijke school te Rijsoord, die in juli 1939 haar vijftig jarig bestaan vierde. Daar kwam de Opperbevelhebber van Land en Zeemacht, generaal Winkelman met den Duitschen generaal tot overeenstemming,  en als gevolg daarvan werden de vijandelijkheden gestaakt. God de Heere zeide tot den storm: “Zwijg. Wees stil!”. Die historische gebeurtenis heeft plaats gehad in een lokaal van de Christelijke school te Rijsoord en daardoor kwam dit dorpje plotseling in het centrum van de belangstelling te staan. Stellig zullen onze lezers daarvan iets meer willen weten, omtrent dit kleine plekje Nederland. Het ligt op het eiland IJsselmonde aan den groote straatweg,  die in 1807 op Napoleons bevel werd aangelegd van Amsterdam via Den Haag, Rotterdam, Dordrecht, Antwerpen en Brussel naar Parijs. Deze weg haalde het dorpje uit z’n isolement, waarin het eeuwen lang genoeglijk had liggen  droomen. Het oorspronkelijke Rijsoord ligt in de Zwijndrechtse Waard ten zuiden van den boezem der Waal. Het was gecombineerd met een gehucht, een half uur verder Westwaarts liggend, dat Strevelhoek heet. De geschiedschrijver van 1793 rijmt er van:

“Rijsoord en Strevelshoek, schoon klein van grondgebied.
Vereeren Zwijndrechtsch Waard.
De rust, die ’s Landmans hart, bestendig hier geniet. Is met het ruimste loon voor noeste vlijt gepaard.”

De WaalDat daar inderdaad rust werd genoten, zal men dadelijk aannemen, als men weet, dat er in 1793 in Rijsoord en Strevelshoek samen 15 huizen stonden, pastorie en schoolhuis daarbij gerekend. Hoewel Rijsoord en Strevelshoek beide leenen waren van de grafelijkheid Holland, hadden zij toch ieder hun eigen ambachtsheer. Rijsoord werd geregeerd door één Schout  en twee Schepenen, benevens  een Waardsman. d.i. een lid van het polderbestuur, een secretaris en  een bode. Uit de geschiedenis van Rijsoord willen we één eigenaardig staaltje meedeelen. Toen in 1787 de Pruisische regimenten ons land binnenkwamen, de Patriotten verdreven, Prins Willem V weer in zijn  rechten herstelden, heerschte daarover ook in Rijsoord groote vreugde. De klok van den kerktoren werd bij die gelegenheid zóó buitengewoon hard en langdurig geluid, dat ze barstte en onbruikbaar werd. Die klok werd toen  “wederom met een expres daartoe gegoten zwaarder en helder luidende klok, door een vrijwillige gift aan de kerk, verwisseld, door zeker aldaar wonende vermogende bejaarde vrijster, genaamd Jorisje Jansdochter van Driel, ’t welk ook op de klok met daarop  gegoten letters staat gemeld.” Intusschen  is ook dezer klok weer verdwenen, daar in 1830 de kerk afbrandde en vervangen werd door het weinig sierlijke gebouw wat er thans nog staat. Hoe Oranjegezind die oude Rijsoordenaars waren, blijkt o.m. uit het feit dat de groote parochie-herberg tevens gemeentehuis, dat thans nog bestaat, den naam draagt van “De prins van Oranje,”  terwijl een kleine taveerne, de eenige in het plaatsje, genaamd was “De drie Oranjeklanten.”  Tot 1855 was Rijsoord een zelfstandige gemeente, doch bij de wet van  11 Juli 1855 werd het met de Noordelijk gelegen  gemeente Ridderkerk vereenigd.koffiehuis de prins van Oranje Gedurende de laatste 75 jaren heeft het dorpje zich geleidelijk aan uitgebreid en thans telt Rijsoord minstens 3000 zielen. Oorspronkelijk hield de bevolking zich uitsluitend bezig met landbouw en veeteelt, wat op de zware zeeklei begrijpelijk is. In later jaren kwam de vlasbewerking er tot grooten bloei. De zelfstandige vlasboeren konden na harde tegenslagen den strijd om het bestaan niet volhouden, vooral toen de machinale bewerking haar intrede deed. Wat er thans nog van de vlasserij is overgebleven, is belichaamd in de N.V. Vlasserij C. van Nes. Bij deze vennootschap verdienden nog veel inwoners hun brood. Verder vinden velen arbeid op de scheepswerven en fabrieken langs de Noord, te Ridderkerk, Slikkerveer en Bolnes, terwijl naast de landbouw en veeteelt, nu ook de tuinderijen een voorname bron van inkomsten vormt. De bevolking, die geheel protestantsch is, kenmerkt zich door ijver, vriendelijkheid en godsdienstzin. In de negentiger jaren stichtte een Rijsoordenaar, een zekere Van der Poel te Chicago, in de vereenigde Staten, een schilderschool. Zijn Leerlingen, die een studiereis naar Europa wilden maken, wees hij op zijn idyllische geboorteplaats. Het gevolg was, dat elken zomer tientallen Amerikaanse schilders en schilderessen naar Rijsoord kwamen. Zij vonden in de mooie Waaloevers, de typische kleederdrachten, de vlasserijen, enz. een overvloed van motieven voor hun schilderstukken. Nog woont er te Rijsoord een oude dame, die als schilderes naar Rijsoord kwam, er trouwde en sinds bleef wonen.  De historische school, waar thans een eind kwam aan den strijd, werd in 1889 opgericht. Allen, die Rijsoord kennen of gekend hebben, zullen instemmen met het volkslied van meester Van der Laan, het eerste hoofd van de Chr. School, dat hij indertijd vervaardigde:

“Ik min uw frissche weiden.
Uw velden rijk bebouwd.
Waar ’t oog in hoopvol wachten.
De goedheid Gods aanschouwt.
Wat hebt gij prachtig vee.
Wat schoone vergezichten,
Mijn kleine, maar zeer geliefd Rijsoord.
Mijn zeer geliefd Rijsoord.”

                                                                                                P. de Zeeuw J.Gzn.